Op de zaterdag na Land Art en Alles personages deden we de was op een camping bij Elburg en toen scheidden onze wegen. Corrie begon aan haar rondrit en ik peddelde terug naar het Buitenkunstterrein, dat alweer vol begon te lopen. De volgende dag begonnen de workshops, maar nu mocht ik nog even uitrusten.
De krat van Hans
Hans Frings had weer zijn boekenkrat meegenomen, deze keer gevuld met fantastisch meubilair, chindogu, Panamarenko, Theo Jansen, en nog veel meer. We gingen grasduinen in de bibliotheek en het beste en het ergste ontwerp uitkiezen. Zoals verwacht werd hetzelfde ding soms zowel geweldig als verschrikkelijk gevonden, meestal door verschillende deelnemers.
Transmissie

De eerste opdracht was een overbrenging te maken waarbij bijvoorbeeld een draaibeweging werd omgezet in een heen en weer gaande beweging. Daar kwamen ook allerlei andere apparaatjes uit voort, zoals een doelschieter, een lift en een kleurmenger.1
Zelf maakte ik een transmissie met tandwielen en een zuigerstang. Het aantal tanden (11 en 19) was afgeleid van de (min of meer toevallige) omtrek van beide tandwielen.
OVO
De tweede opdracht was geïnspireerd door Panamarenko: een model van een vliegend voorwerp. Ook hier prachtige maaksels, zoals een luchtkwal en een vliegende matras. Mijn persoonlijke favoriet was wat ik altijd „Leonardo’s luchtschip” noem. Dit was een middeleeuws vleugel-zeilschip met een mast die doorliep naar beneden (door de kiel heen) met aan de „ondermast” het kraaiennest. De maker had het (dankzij het nodige overwerken) prachtig uitgewerkt.


Na wat solo brainstormen en schetsen maakte ik een vliegende plofkip van schuimrubber, ijzerdraad en papier, en wat witte en rode verf. Een ander idee was een vliegende baksteen, en toen de plofkip onverwacht snel klaar was, wilde Hans die baksteen ook wel eens zien. Rood schuurpapier was ideaal materiaal voor dit roofdier met laarspoten en libellevleugels.


Ik hing ze in een jachtscène bij elkaar, wat de mogelijkheid gaf om (met wat sliertjes plastic) de windkracht van de kip zichtbaar te maken. Ik kon het niet laten ze Latijnse namen te geven en er een zoölogische beschrijving bij te maken.2

Werk op formaat
De laatste dagen zette Hans ons aan een groot niet werkend[!] object. Sommige deelnemers bleven solo werken, zoals de maker van het luchtschip, die een (wederom prachtig uitgewerkte) transportkwal bouwde. De maakster van de kleurenmenger pakte een aluminium frame waarin ze allerlei slangen, snoeren en voorwerpen monteerde, met een fantastisch resultaat.

Zelf bouwde ik samen met twee anderen een muziekkar, met een van de Buitenkunst-bolderwagens als basis. In de werkplaats vonden we oude metalen tentstokken die we als orgelpijpen inzetten. Ze waren niet allemaal even schoon, maar het patina was te mooi om eraf te gaan poetsen. Van twee platen multiplex maakte ik een orgelpijpenhouder die om de achterkant van de wagen werd geklemd. Aan het andere uiteinde van de wagen kwamen hendels van grijze plastic buizen met gekleurde ballonnen als handgrepen. Beide delen werden verbonden met slangen en buizen. In de materiaalcontainer vonden we oude LP’s die we met dubbelzijdig plakband op de wielen plakten.
Het was hard werken, en ik had de neiging om maar dóór te gaan. Gelukkig herinnerde een teamgenoot me aan het begrip „pauze”. Vrijdag, aan het einde van de middag, stond de voltooide kabaalkar op onze expositie en was ik (niet als enige) een beetje kapot maar tevreden.


Één kunstwerk haalde de expositie niet. Het was wel af, maar het voldeed niet aan de eis dat het een niet werkend object moest zijn. Het was de Landroeier, ook gebouwd op een van de bolderwagens van Buitenkunst. Ik heb er een filmpje van, waarin een bestuurster vrolijk lachend vooruit roeit.

Zaterdagochtend, voordat we onze kar gingen demonteren, bleek dat er ook een kunstwerk was gebouwd op het grasterras van het restaurant.


- Een ronddraaiende schijf met verschillend gekleurde segmenten. Wanneer die snel ronddraait vermengen die kleuren zich tot een andere kleur. ↩︎
- Eigen schuld, je vroeg er zelf om:

De gallus tumidus levitans, een bijzondere kippensoort, is geëvolueerd uit ontsnapte en door dierenactivisten vrijgelaten kippen uit de voedselindustrie, door sommige Nederlanders „plofkippen” genoemd. De kip heeft zijn volume zover ontwikkeld dat hij nu een hefvermogen heeft dat zweven mogelijk maakt.
Het dier is mede door zijn volume bijzonder winderig, hetgeen de bijzondere manier van verplaatsen mogelijk maakt, de zogenoemde flatulentie-aandrijving. Voor de besturing gebruikt de gallus tumidus levitans zijn rudimentaire vleugels. Natuurlijke vijanden houdt hij op afstand door onwelriekende scheten te laten. De enige reële bedreiging vormt de geurdove vliegende baksteen (beide soorten, bricus libellialatus ruber en bricus libellialatus flavus).
Bron: https://nl.frikipedia.org/friki/gallus_tumidus_levitans
↩︎
