4 mei lijkt me een toepasselijke datum om over ons lentekaartje van 2026 te berichten.
In januari, het internet afspeurend naar een poëtische lentetekst, vond ik There Will Come Soft Rains, een gedicht van Sara Teasdale, geschreven in de Eerste Wereldoorlog, tijdens het Duitse voorjaarsoffensief van 1918. 108 jaar oud, maar het voelde actueel.1
There will come soft rains and the smell of the ground,
And swallows circling with their shimmering sound;
And frogs in the pools singing at night,
And wild plum trees in tremulous white,
Robins will wear their feathery fire
Whistling their whims on a low fence-wire;
And not one will know of the war, not one
Will care at last when it is done.
Not one would mind, neither bird nor tree
If mankind perished utterly;
And Spring herself, when she woke at dawn,
Would scarcely know that we were gone.
Het was weinig optimistisch over de mensheid, en ik aarzelde of we onze vrienden dit wel konden aandoen, maar Corrie vond het gedicht ook mooi en relevant, en zei dat we het moesten gebruiken voor ons lentekaartje.
De eerste versies van het kaartje maakte ik in mijn hoofd:
- Een heel breed landschap met zwaluwen, kikkers, een roodborstje, pruimenbloesem, soldaten in loopgraven en verwoeste gebouwen met daaronder het gedicht — dat zou een leporello worden, maar zoiets had ik al te vaak gemaakt.
- Of het landschap in een kring met daarbuiten en/of daarbinnen de tekst — maar daar was het gedicht te lang voor.
- Of het gedicht in een spiraalvorm afgedrukt, dat zou wel passen — en als je die spiraal uitsnijdt en aan het midden ophangt krijg je iets ruimtelijks.

Ik ging voor het laatste en maakte een paar proefexemplaren. Zwaar aquarelpapier bleek stijf genoeg voor een mooi uithangende spiraal. Onder het ophangpunt, in het midden, kon ik een sliert hangen in lentekleuren, of nog beter: met bijpassende afbeeldingen. We besloten dat het geheel niet te groot mocht worden en dat de spiraal in een envelop van 14 bij 14 cm moest passen.
Op de sliert drukte ik zwaluwen en pruimenbloesem af. Zigzag in driehoekjes gevouwen kreeg die een soort hoekige spiraalvorm. Er moest ook een vertaling worden meegestuurd; die kwam niet op de spiraal maar op een apart velletje.
- Materiaal inclusief vertaling
- Spiraal (bovenkant)
- Spiraal (onderkant)
- Spiraal (onderkant) met ophangdraad
- Spiraal (onderkant) met sliert
- Spiraal met vertaling en envelop
- Alles in de envelop


Deze lentekaart had ik graag in het groot achter het raam gehangen, maar een klein exemplaar van 13 cm paste maar nét. Toch heb ik ook een versie gemaakt met een diameter van 39 cm. Dat bleek technisch best lastig te zijn, dus ook leerzaam.

De grote spiraal was te breed voor mijn printer, dus ik stelde hem samen uit drie overlappende segmenten. De spiraal was nu dertien en een half keer zo zwaar, en daar was het aquarelpapier niet stijf genoeg voor. Daarom verstevigde ik de spiraal aan de onderkant met een strook ribkarton, maar dat bleek niet voldoende. Het geheel zakte nog steeds te ver uit.
Voor de volgende poging drukte ik een nieuwe spiraal af, deze keer in twee aaneensluitende segmenten die ik aan de achterkant met een strook aquarelpapier aan elkaar bevestigde. Met visdraad hing ik elke winding op aan de winding erboven. Visdraad knopen is een vreselijk karweitje, en het resultaat was nog steeds niet bevredigend.
Plan C: misschien kon ik de windingen ondersteunen met ijzerdraad. Wat we thuis hadden was te dun, dus haalde ik een rolletje 2 mm dik staaldraad bij de Gamma. We draaiden een lang stuk op (is dat de juiste term?) om het stijver en rechter te maken. Ik ontdeed de eerste spiraal van het ribkarton, lijmde hem op een oud plankje, en draaide schroefjes midden in de windingen. Daarna boog ik het ijzerdraad in de juiste vorm langs de schroefjes, en liet het geheel een nacht met rust. De volgende dag boog ik de draad bij tot hij ongeveer midden over de windingen liep.



Met kleine strookjes papier bevestigde ik de papieren en de ijzeren spiralen aan elkaar, en dat werkte. Ook ontwierp ik een nieuwe sliert. Deze was groter, zodat ik meerdere en meer gedetailleerde afbeeldingen kon gebruiken. Aan de ene kant kwamen zwaluwen, roodborstjes, kikkers, pruimenbloesem en een pruimenboom, aan de andere kant zwart-witfoto’s uit de Eerste Wereldoorlog. Ook al is het een behoorlijke hang-in-de-weg op mijn werkkamer, ik ben niet ontevreden met deze neerwaartse spiraal.




- Jaren later, in het atoomtijdperk, schreef Ray Bradbury een kort science-fictionverhaal met dezelfde titel als dit gedicht.
Vorig jaar heb ik Liu Cixin’s Three-Body-trilogie gelezen, en het gedicht deed me denken aan het slot van het derde deel, Death’s End …
PAS OP ▼ SPOILER
PAS OP ▼ SPOILER
… want in Universum 647 blijft geen
intelligent leven achter, enkel vijf kilo
water met een paar levendige visjes,
algen en enkele grassprietjes — én
een quantumbibliotheek (dat dan
weer wél). ↩︎









