In Doesburg staat een museum, gewijd aan René Lalique (1860–1945), die het bekendst is vanwege zijn glasontwerpen in Art-Nouveau- en Art-Déco-stijl. In januari 2025 vergaapten we ons daar aan zijn juwelen, glaspanelen, parfumflesjes en meer. We waren er ook voor een tentoonstelling met werk van fauvist Kees van Dongen,1 maar wat ik ervan meenam (niet letterlijk) waren de vazen van Lalique. Dat is niet zo gek want ik heb wel iets met de sierlijk zwierende vormen van de Art Nouveau (Jugendstil, Liberty Style). Zo zat ik op huwelijksreis in 2023 opeens te jubelen over de Jugendstijlvolle beschildering en aankleding van lunchroom Metro in Harderwijk. In een vorig leven was het een snackbar geweest, maar daar was niets meer van te zien.
Maar nu terug naar 2025, of eigenlijk — heb geduld — acht jaar eerder, toen op onze WC een paar tegeltjes van de muur vielen. De verhuurder stuurde iemand om te kijken, en omdat die tegeltjes (en de rest) daar al bijna een halve eeuw hadden gezeten, kregen we een complete toiletrenovatie cadeau. De muren, inmiddels wat vergeeld, werden in maart en april 2017 weer kraakhelder friswit. In de jaren na de renovatie bleef dat zo, op de muur achter de toiletpot na. We konden daar wel iets ophangen, een poster bijvoorbeeld, maar dan kon je geen geurkaarsjes branden op de ombouw van de stortbak. We kennen mensen die er een grote lijst hebben hangen met maffe foto’s — onder andere the dude op de WC (uit The Big Lebowski). Grappig, maar niet iets voor ons; niemand hoeft mee te kijken wanneer ik daar sta.
Na ons bezoek aan het Lalique-museum in 2025 kreeg ik het idee om op de muur een vaas met bloemen in Art-Nouveau-stijl te schilderen. De kleur van de muur kreeg zo de functie van achtergrond in een „oude” versiering. Het ontwerp was vrij snel af. De oranje vaas was vagelijk geïnspireerd door mijn onscherpe herinnering aan een inktvis-vaas („Méduse”) van Lalique. Daaruit kwamen lila lis-achtige bloemen met dooreenkronkelende stelen, absoluut niet naturalistisch maar wel een heel decoratieve vlakvulling. De elegante, dynamische Belgische zweepslagfiguur kwam er ook in. Ik scande mijn schets in, drukte hem in delen af (bij elkaar A2-formaat) en hing hem op.
Dit was wat klein voor de muur, dus ik drukte het ontwerp nog groter af (A0-formaat) en hing het op.
Het oude exemplaar kleurde ik in.
Om bovenaan de muur te komen, had ik een steigertje nodig. (Het is niet slim om urenlang met je 80 kilo op de klep van de WC te gaan staan.) Ik heb geen ervaring in de steigerbouw, maar iemand anders bezit dat in overvloed. Die raadpleegde ik dus.
Misschien had ik meer moeten aandringen, maar mijn zoons hebben ook een leven, dus dit was het voorlopig. Tot mijn schande heeft het papier ruim een jaar achter de WC gehangen, zonder dat ik het verving door de gewenste wandschildering.
Eind maart 2026 raapte ik eindelijk de moed bij elkaar om een steigertje te bouwen, dan maar zonder advies van onze expert. Het moest de WC in- en weer uitgetild kunnen worden, en moest dus uit losse onderdelen bestaan: twee bokjes (verhogingen van 80 cm aan weerszijden van de WC-pot) en daarop een plank om op te staan. Na het opmeten van de ruimte maakte ik een werktekening. Het ontwerp voor de wandschildering drukte ik nog eens af, weer iets groter.
23 maart: Bij Gamma koop ik balkjes van 5 bij 2 cm. In onze schuur liggen nog de zijkanten en deuren van een oude garderobekast, die ik kan verzagen tot steigerplanken. Corrie vind het maar eng: straks donder ik er nog af!
31 maart: Met een zacht potlood maak ik de achterkant van het ontwerp zwart, zodat ik het straks kan overdrukken op de muur, en ik bouw de bokjes en schroef de steigerplanken op lange latten. In de WC staat de steiger bijna klem tussen het toiletmeubilair en de muren, precies zoals bedoeld.
Bij de foto’s: Zo geel is de muur niet, eerder gebroken wit.
1 april: Het ontwerp staat op de muur.
2 april: Naar Swaak in Utrecht voor advies, nieuwe acrylverf (de oude verf was nog uit de guldentijd) en synthetische penselen (want wat ik niet wist: natuurlijke haren kunnen niet tegen het oplosmiddel in acrylverf).
3 april: Ik schilder de bloemen, de zweepslagen en de basiskleur van de vaas. Het gaat lekker!
Daarna haal ik (net als eergisteren) het steigertje weer weg. Even bijkomen. En de WC beneden is weer toegankelijk, ook wel handig.
4 april: Ook de vaas is af. Vooral de bloemen zijn goed gelukt, maar ik ben (voorlopig) tevreden, en Corrie is opgelucht dat ik het heb overleefd.
Na afloop had mijn deskundige zoon toch wel commentaar: hij zou 2 bij 3 duims balkjes (5 bij 7½ cm) hebben genomen. Misschien had Corrie toch gelijk en heb ik geluk gehad op die dunne latjes.

- Interessant, maar het late werk vond ik toch wat minder. Bij zijn portret van Brigitte Bardot leek het of hij er eigenlijk geen zin in had — zegt de stuurman aan wal … ↩︎













