IJscoman

Corrie leidt een spreektaalgroep, die bestaat uit een aantal buitenlanders die beter Nederlands willen leren spreken. Uit de verhalen die ik hoor komt een gezellig bont gezelschap naar voren. Corrie bedacht dat ze de tekst op onze zomerwens voor haar groep wilde gebruiken. Het Nederlands moest dus niet te moeilijk zijn.

Het duurde niet lang voor ik een leuk, zomers gedicht van Annie M.G. Schmidt had gevonden dat bijna iedereen zou moeten aanspreken. En het was ook duidelijk hoe het eruit moest zien.

In „Zomeravond” ligt een kind zich in bed stierlijk te vervelen (het klokje van gehoorzaamheid heeft geslagen), terwijl verder iedereen nog op is. We moesten natuurlijk de kamer van het kind opsturen, met de drie strofen op de drie muren — via de „vierde muur” keek je naar binnen.

En het bed tegen één van de muren.

En daar tegenover het raam.

Ik rekende uit hoe je drie muren en een vloer, én een bed, uit een vel A4 kon krijgen, en maakte een proefmodelletje uit gewoon papier.

Voor een aantal voorwerpen in de kinderkamer sneed en plakte ik de originelen uit papier.

De ingescande merel, klok, beer en pop monteerde ik in het decor. De tekst van de eerste strofe liet ik van de muur over de deken naar het vloerkleed lopen. Op de deur hangt een T. Rex (want wie houdt er nou niet van dino’s), daarnaast de klok (het arme kind ligt al bijna een uur wakker), en het gordijn waait een beetje opzij voor het open raam. Om niet te veel te verklappen vóór het openvouwen van het kaartje, moest het kleed een stukje worden ingekort.

Voor wat extra ruimtelijk effect zijn de deken, het verkeers-speelkleed en de gordijnen los ingeplakt.

Op de achterkant van de kaart (de buitenkant van de kamer) moest een zomerwens en een vouwinstructie komen. Na wat proberen maakte ik een vouwinstructie met Droste-effect, …

… en stuurden we iedereen „de allerbeste zomerwensen voor het kind in jezelf”. De rode deur had ik inmiddels vervangen door een grijze met een poster voor Groninger koek; uiteraard is de dinosaurus er rücksichtlos overheen geplakt!

Voor de postzegel sneed en plakte ik een kinderhoofdje met lekker warrige krullen van kraftpapier.

Op 19 juni gaf Corrie het kaartje mee aan haar „taalvragers”. Zouden ze moeite hebben met het woord „beschuit”, zoals één van de taalcoaches verwachtte?

Nog niet eerder kregen we zoveel reacties op een seizoenskaartje. Mijn literaire zwager Theo van Os reageerde, net na het begin van de hittegolf:

Dank voor het kamertje. Er ontbreekt wel airconditioning of een ventilator, zag ik, waardoor het lijden van het kind nog groter wordt: buiten zitten ze in de schaduw, een verkoelend windje en bij hem brandt de zon nog door de gordijnen.

Maar wel spettert het overal, in bed en op de muren, vloer van de poëzie: dat is dan weer een regentje van woordengeluk.

Vanuit Harlingen kregen we zoals zo vaak een gedicht terug, waarin niet een jongetje maar Annie zelf boos ligt te wezen. Dank je wel, Harm!

Weer iemand anders herinnerde zich: „Ik hoor het belletje van de ijscoman en mama gaat ijsjes halen, maar niet voor mij omdat ik al in bed lig!” Och, och, wat een kinderleed werd er opgerakeld …

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.