De inspiratie

Tijdens mijn studie Engels maakte ik kennis met het hoorspel Under Milk Wood, geschreven door de dichter Dylan Thomas. Thomas kwam uit Wales, maar was Engelstalig, en ook dit hoorspel, dat zich afspeelt in een fictief kustplaatsje in Wales, is in het Engels geschreven. Vanaf de eerste woorden van de verteller (in mijn opname Richard Burton) volgen we een etmaal uit het intieme leven van de bewoners van Llareggyb.
In 1985 bezocht ik de tentoonstelling „Modern British Bookbinding”, in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Onder de vele bijzondere boekbanden waren er twee waarin de geïllustreerde tekst van een toneelstuk was gecombineerd met een opname op geluidscassette1 — en een walkman om het bandje af te spelen.


Dat wilde ik ook voor Under Milk Wood! De moeilijkheid was, dat ik er één geheel van wilde maken, met afspeelapparatuur niet in de hand maar in de band. Een walkman was daar net iets te groot voor. Ik behielp me met een hoesje waarin ik mijn paperback en een cassettebandje kwijt kon. Leuk, maar niet wat ik eigenlijk wilde.

Maar veertig jaar later ging het me, met behulp van mijn oude iPod mini en Anna Cairoli’s expertise, tóch lukken.
De iPod-doos
In de aanloop tot de gevorderdencursus heb ik wat geëxperimenteerd met het achterplat van het boek. Dat zou een doos zijn waarin de iPod mini en zijn kabeltjes worden opgeborgen. Ik ging uit van het formaat van de paperback. Verder moest de iPod stevig vastzitten in de doos (met een lintje om de iPod uit zijn vakje te trekken), en de kabeltjes mochten niet rondslingeren. De eerste versie maakte ik uit ribkarton van een oude doos. Onderin het doosje zit een opening voor de oordopjeskabel. Een latere versie bestond uit vier lagen bordkarton (elke laag 4 mm dik) en had een soort klos om de kabel op te rollen.



Mijn paperback vond ik niet geschikt voor mijn project: het boek is gelijmd en niet genaaid, waardoor het niet open blijft liggen. Via internet kocht ik een veertiende druk van de eerste uitgave, van dezelfde afmetingen als mijn paperback. Het boek zag er nog keurig uit (al rook het natuurlijk wel oud), en ik vond het best jammer dat ik het uit de band zou gaan snijden. De karikaturen op de stofomslag (getekend door Brian Rees) vond ik ook erg leuk; misschien kon ik die nog gebruiken als schutbladen.


De doos, die het achterplat van de band zou vormen, maakte ik thuis, omdat we op de cursus maar vier lessen aan onze projecten konden besteden. In november besloot ik de doos aan te passen: de iPod ging naar het midden en de kabel werd eromheen gewikkeld, verborgen achter een overstekende rand. Dat gaf een rustiger beeld dan een doos met twee vakjes naast elkaar. De oortjes zouden niet in de doos liggen, maar naast (of achter) het boekblok hangen. Ik maakte een proef-vakje voor de iPod. Hoe belangrijk die proef was, bleek toen ik de voorplaat had bekleed: het papier van de bekleding kostte aan elke rand een halve millimeter, waardoor de opening nét te krap was geworden voor de iPod. De tweede versie paste wel. Hetzelfde probleem had ik bij een tweede proef (rechts op de derde foto hieronder), waar de sleuf voor het kabeltje te smal uitviel.



Toen ik eenmaal de afmetingen op orde had, kon ik de doos maken. In Illustrator had ik een uitgebreide werktekening gemaakt (met uiteindelijk de juiste maten), en het was tijd om karton te snijden, en de zichtbare delen van de doos te bekleden met donkerblauw papier. Voor het lintje sneed ik een ondiepe sleuf uit, zodat het niet boven het karton zou uitsteken. Het lintje was overigens een strookje rood leer — ik had inmiddels leer gekocht!



Ik sneed balkjes uit 4 mm dik karton, bekleedde ze voor zover nodig, en lijmde ze met PVA-lijm op de onderplaat. Geen massieve lagen karton, dus iets lichter dan de eerste versies.



De doos, inclusief de iPod en het kabeltje, was nu bijna klaar. Op de foto hieronder ligt het hoekpaneel er nog naast; dat lijmde ik later vast, nadat ik het boekblok aan de doos had gelijmd. Daarover, en over de boekband, kun je lezen in het volgende bericht.


- Fungus and Curmudgeonly van Simon Meyerson, gepubliceerd door Natalia d’Arbeloff met haar etsen, en een cassettebandje van het toneelstuk. ↩︎
