Wij lieten de mechaniek zingen

Kopje kopje schotel(tje)

Buitenkunst was dit jaar als vanouds inspirerend en inspannend. Onze muzikale reis van de Balkan naar het Oosten ging van Kroatische liedjes in Italiaanse stijl, via moeilijke oneven maatsoorten uit Servië (de „manke” 7/16 rondden we helaas af naar 6/16, maar de 11/8 — „kopje kopje schoteltje kopje kopje” — lukte ons wel), naar een prachtig Georgisch gezang met een heleboel medeklinkers en nul herkenbare woorden (ook niet voor wie een beetje Russisch kent, want Georgisch is binnen Europa bijna net zo uniek als Albanees en Baskisch). De workshop werd gegeven door de enthousiaste Julia Šćepanović, die ons af en toe dansend dirigeerde.

Ook uit andere workshops kwam veel moois. Bij Woekeren ging het om tekenen en het los komen van het papier. Dat nam uiteenlopende en soms spectaculaire vormen aan, zoals hieronder.

Ook was er lichtkunst, die soms niet alleen in het donker, maar ook overdag tot zijn recht kwam.

Na een fijne week met veel mooie en geestige presentaties (Muzikaal theatermaken met kippen en schud-eitjes was briljant, maar was Iedereen piraat! echt een speelkwartier van zes dagen?) vertrokken wij naar het noordoosten om vrienden in Meppel en Assen te bezoeken.

I ❤️ junk

De volgende zaterdag was ik weer terug voor een weekje next level knutselen met Boris Brink. Als je dacht dat een liedje in 11/8 inspannend was, dan heb je Magische Mechaniek niet meegemaakt!

Op de een of andere manier voelde het alsof ik tijd te kort kwam. Nou ja, ik ben de snelste niet. En verder sta je vaak te wachten tot er een schroefboormachine beschikbaar is, zelfs al mag je er ook één lenen van de gulste deelneemster ooit. Over de hoeveelheid materiaal hadden we daarentegen niet te klagen. Boris had een aanhanger meegebracht vol picknicktafels, fietswrakken, matrasspiralen, tentstokken, tentharingen, paraplu’s en nog meer oude troep. En dan waren er nog buizen en slangen van PVC, lange houten latten en „raar groot materiaal” uit de Buitenkunst-voorraad.

Naast die rare materialen kregen we rare (maar eigenlijk helemaal niet zo rare) opdrachten. Zondag was dat: maak een „slechte” marionet, die één beweging maakt die het hele verhaal moet vertellen. Technisch is zoiets te doen in pakweg vijf uur. Ik moest meteen denken aan The finger van Jakob Grosse Ophoff, maar die ging ik niet namaken. Bij mij werd het een tonguitsteker, ook beledigend maar nét iets beleefder.

De opdracht voor dinsdag en woensdag was het bouwen van een schilder­machine op spierkracht. Zelf had ik geen idee, behalve dat ik een zon­aansteker had willen maken voor de gedeeltelijke verduistering van woensdagavond. Gelukkig kon ik me aansluiten bij Wim, die zijn machine wilde baseren op de arm van een bureaulamp.

In de bak van Boris vonden we een picknick­tafel, waar we het onderstel vanaf haalden. De stangen zaagden we los, en zetten we anders in elkaar. De schaar­constructie die we nu hadden schroefden we vast op een plankje, dat we draaiend op een groot plateau monteerden. We hadden onze twijfels over de stabiliteit, maar dat viel uiteindelijk mee. Al aan het einde van de woensdagmiddag kwamen er kinderen langs die onze machine wilden proberen; die bleek lekker onhandig in het gebruik.

Er waren ook tekentollen (van LP’s en stiften, met een handig startblok), een blindschildermachine (kwam daar het onderbewuste in beeld?), een plotter, meerdere toepassingen van knikkers, …

… maar het letterlijke hoogtepunt van onze presentatie op de woensdagavond was de Pollock-machine, die met een lange arm verf op een stuk karton zwiepte.

Na onze presentatie bleven we nog even hangen om met elkaars machines te spelen. Het was heel gezellig, maar zo misten we onbedoeld de presentaties van andere workshops in het grote theater. Zoiets is me al die jaren niet eerder overkomen.1

De laatste opdracht was een bewegende lampion. Die moesten we maken met dun papier, behanglijm, en takjes of ijzerdraad. De inspiratie zou kunnen zijn hoe we Buitenkunst ervaren. Tja, Buitenkunst is een ander universum, maar een portaal had ik al eens gemaakt. En een lichtere wereld? Een zon die gaat schijnen, die achter de wolken vandaan komt, daar kon ik wat mee. Op donderdag maakte ik met twee buizen en touw een hijsconstructie.

Op vrijdag maakte ik van de voorgeschreven materialen een zon. De wolken maakte ik van een koffieblik, twee balkjes en zwart karton. Als je aan het ene touw trok steeg de zon op uit de wolken, en met het andere touw daalde de zon weer. ’s Avonds zag iemand er de zonsverduistering van woensdag in, wat ik prima vond: zo had ik toch een zonaansteker.

Ook de anderen maakten allerlei prachtigs: er waren twee slangen, een tensegrity-constructie, een happende vis, een peristaltische bewegende lampion, een dubbelhoofdige paradijsvogel, en nog veel meer. Het licht kwam uit klemlampjes voor musici (geleend van Buitenkunst) en enkele LED-lichtsnoeren.

Na de presentaties in het grote theater liepen we in het donker met onze bewegende lampions in het rond. Het publiek vond het een prachtige herinnering voor later. En dat mocht ook wel, de mechaniekers hadden zich zonder uitzondering uit de naad gewerkt.

Als extraatje hier nog wat land art uit deze week. Allemaal natuurlijke materialen (het geel is kurkuma).

  1. Van één van de gemiste voorstellingen, The Box, wist ik donderdagavond meer, en dat was te danken aan de pannenkoeken van mijn buur-buurvrouw. Ik liep daar ’s avonds na het eten langs, kon de pannenkoek niet afslaan, en kwam er bij zitten. Zij vertelde uitgebreid over de workshop en de variaties op „the morning after” (de ene moet vertrekken maar de ander wil de ene niet laten gaan). Daardoor was de absurdistische variatie van vrijdagavond íéts beter te plaatsen. ↩︎

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.